Vera Tussing

Vera Tussing haalde haar diploma aan de London Contemporary Dance School. Ze werkt in België, Groot-Brittannië en Europa als choreograaf, maker en danser. In haar werk onderzoekt ze de relatie tussen danser en publiek, en de manier waarop die relatie kan veranderen. ‘Ik zie het als een grote uitdaging om niet alleen een voorstelling of choreografie tot stand te brengen, maar ook een echt contact of ontmoeting met de ander.’

Hoe heeft je opleiding je artistieke werk beïnvloed?

Als kind in Freiburg ging ik naar een zogenaamde Waldorfschule, wat jullie hier een Steinerschool noemen. De school benaderde elk vak tegelijk vanuit theoretische én praktische hoek. We bouwden huizen, naaiden, kerfden, werkten met hout, enzovoort. Dat constant wisselende handwerk heeft mijn praktijk zeker beïnvloed, vooral de manier waarop ik verschillende soorten materiaal benader. Mijn leraar houtbewerking en beeldhouwen heeft me veel bijgebracht. Ook mijn balletlerares in Freiburg was erg progressief en zag ballet heel ruim. Zij bracht me in contact met wat je ‘somatische technieken’ zou kunnen noemen. Later in Londen, aan de school voor hedendaagse dans The Place, klikte het ook altijd het best met de docenten die meer geïnteresseerd waren in dialoog en creatie dan in reproductie van bestaande vormen en processen.
Naar Brussel komen was een openbaring. Ik heb er een erg empirische manier van werken ontwikkeld – erg praktijkgericht. Ik probeer dingen uit, en schort daarbij mijn eigen oordeel op. Zoiets lukt trouwens beter in Brussel dan in Londen. In Brussel gaat dans veel verder dan louter esthetiek: het kan er heel pure en gereduceerde vormen aannemen, maar ook bijzonder hybride zijn. En natuurlijk voel ik me daar erg toe aangetrokken. Ik wist snel dat Brussel voor mij de juiste context was en dus bleef ik. Eerst om samen te werken met Albert Quesada, later om mijn eigen werk te creëren.

Wat verwacht je van je residentie in het Kaaitheater?

Ik was verrast door de uitnodiging, maar ze kwam precies op het juiste moment. Ik had net een goed werkritme gevonden: er ontstonden de krijtlijnen van wat ik deed. Daarom wil ik tijdens mijn residentie in Kaai niet zozeer radicaal nieuwe dingen uitproberen. Ik wil vooral de praktijk die ik nog maar pas heb opgezet uitbreiden en exploreren. Zo hebben we bij The Palm of Your Hand slechtziende en blinde toeschouwers in het werk uitgenodigd. Daarmee sloot de productie aan bij het engagement van Kaaitheater in het Humane Body European Network. Het was een prima start van mijn residentie. Ik vind het ook fijn om deel uit te maken van een groep residenten. Sommigen van hen kende ik ook al goed, zoals Radouan Mriziga en Benjamin Vandewalle. Tot slot hou ik ervan om het theater langs binnen en langs buiten te onderzoeken. Een van mijn ideeën is om The Palm of Your Hand naar de verschillende wijken van Brussel te brengen, op onverwachte plekken en onverwachte momenten.

 

Vera Tussing in gesprek met Katleen Van Langendonck