The city of the Moroccan Dream

We vroegen aan Mohamed Ikoubaân en Cees Vossen – respectievelijk directeur en programmator van Moussem Nomadic Arts Centre – waarom de keuze dit jaar op Casablanca viel.

Het leek ons boeiend en noodzakelijk om via de actuele kunstscène van Casablanca het publiek kennis te laten maken met de Marokkaanse hedendaagse samenleving – die ook in Brussel een rol speelt.

We kozen Casablanca omdat dit bij uitstek de meest moderne stad is van Marokko, terwijl andere steden eigenlijk bekender zijn. Bijvoorbeeld de koninklijke steden Fez, Marrakesh, Meknes en Rabat, dagelijks overspoeld door toeristen. Casablanca valt daarbuiten en is ook historisch niet zo oud. Het is de stad van de Moroccan Dream, en belichaamt een transitie in de Marokkaanse samenleving van oud naar nieuw, van agrarisch naar stedelijk. Dat maakt de stad tot een hedendaagse metropool, continu onderhevig aan verandering. Zeker ook demografisch: van 20.000 inwoners in 1907 naar meer dan 4 miljoen vandaag. Dit leidt tot economische bloei, maar ook tot sociale ongelijkheden.

Misschien net omwille van dat diverse en complexe karakter kent de stad een rijk cultureel leven. Zo staat de muziekscène van Casablanca voor dé plek in Marokko waar nieuwe muziekgroepen hun intrede maken. De filmindustrie bloeit er welig. Ook de eerste cabarets werden hier opgericht. Er ontstond een underground scene en contra-cultuur, zowel in de kunst als in sociale bewegingen en urban culture. Als metropool met grootstedelijke uitdagingen is Casablanca een ideale biotoop voor een onafhankelijk, geëngageerd kunstenlandschap.

Haast alle kunstenaars die we uitgenodigden voor deze editie komen uit Casablanca. Ze wonen en werken er, en laten zich dagelijks door die context inspireren. Via hun werk krijg je als het ware een portret van de stad, en ontdek je actuele ontwikkelingen maar ook de geschiedenissen die eraan verbonden zijn. Ons hoofddoel is het benadrukken van de diversiteit en dynamiek van deze bijzondere plek. Casablanca is werkelijk een smeltkroes van verschillende afkomsten. En net als in Brussel neemt de stad je als nieuweling snel op. Met andere woorden: iedereen kan van Casablanca zijn!

In aanloop naar het festival lieten we enkele lokale schrijvers en denkers een impressie schetsen van hun stad. Onder hen Maria Daïf (°1972, Casablanca), journaliste en cultuurmanager. Sinds 2015 is ze directrice van ‘La Fondation Touria et Abdelaziz Tazi pour la promotion et le soutien de la culture’, en van kunstencentrum l’Uzine.

 

MARIA DAÏF
Rouhi ya Casa...
*

Ik zeg vaak, met een bij Zola geleende uitdrukking, dat Casablanca de buik van Marokko is. Om de pols van het land te voelen, is een onderdompeling in de ontembare metropool onvermijdelijk. Casablanca – verzamelbak van een massale rurale exodus, laboratorium voor kleine en grote beleggers, speeltuin voor projectontwikkelaars, kweekbodem voor zoveel ellende, gul als men de moeite neemt wat dieper te graven, zonder hart voor hem of haar die geen cash heeft – is in haar eentje de condensatie van de tegenstrijdigheden die het hele koninkrijk doorkruisen en definiëren.

Casablanca is moeilijk te definiëren. Moeilijk een identiteit te geven, een cachet, zoals de toeristen die hun neus voor haar ophalen graag zeggen. De stad ontsnapt aan elke uniformiteit. Ze transformeert van straat tot straat, van seizoen tot seizoen, van dag tot dag. Zelfs in de meest ruime zin is er geen typische Casablancais of Casablancaise. De inwoners van Casablanca, gevormd door de paradoxen van hun stad, schipperen tussen liberalisme en conservatisme, zonder echt te weten waar de wind hen voert. Ze leven van dag tot dag.

Dat Casablanca verscheurd is, dat zie je met het blote oog, en je moet geen profeet in eigen stad zijn om te weten dat diezelfde verscheurdheid de Janus-achtige energie levert waarvan alleen de stad het geheim kent: een tegelijk gewelddadige en creatieve energie.

Die twee facetten van Casablanca vechten om voorrang. De meest gevaarlijke stad in het land is verrassend genoeg ook de hartelijkste. De stad waar vrouwen het meest op straat belaagd worden is ook de stad waar je de meeste actieve, autonome vrouwen aantreft. De stad waar elke derby een rel is, is dezelfde stad waar de creativiteit het verrassendst is.

Zo is Casablanca dus, in de ogen van degenen die erdoor gepassioneerd zijn. Haar beste kant maakt haar slechtste kant goed. Ze wordt eeuwigdurend verlost. Zonder twijfel is het dat wat haar zo vreselijk menselijk maakt.

Sinds kort neemt ze nieuwe kleuren aan. Bij de rurale immigratie heeft zich de gedwongen of gekozen immigratie van nieuwe gemeenschappen gevoegd. Senegalezen, Congolezen, Syriërs, Chinezen, Filippijnen, Thailanders, Spanjaarden, Fransen... zoeken er een tijdelijke schuilplaats, een job, het avontuur. En uiteindelijk blijven ze er, stichten een familie, verwerven een (t)huis – de één al makkelijker dan de ander – en voorspellen een sereen kosmopolitisch Casablanca voor de jaren die komen. Dat dit alles niet zonder botsingen zal geschieden, spreekt vanzelf: laten we niet vergeten waar we zijn.

Casablanca geeft niets voor niets. Ze opent haar armen voor wie een naam heeft, cash of tchatche – een radde tong. Wie haar slechts tranen biedt, verbant ze zonder scrupules. Ze houdt niet van de onderdrukten, noch van lijdende zielen. Ze verkiest veroveraars, welke wapens die ook dragen. Niemand woont in vrede in Casablanca. Iedereen accepteert deze stand van zaken, zoals men een goddelijk noodlot accepteert. Uiteindelijk probeert men in Casablanca zijn slag thuis te halen, dat is alles. Aan elk zijn techniek en ik heb de mijne.

Casablanca met open armen nemen. Er het beste zoeken, het onvermijdelijk ook vinden. Blijven zoeken. Vooral niet doen alsof je het ergste niet ziet. Integendeel, er de confrontatie mee aangaan. Geloven, naïef misschien, dat Casablanca zich uiteindelijk van haar mooiste kant zal tonen.

* In de twee betekenissen
1. ‘Ga, o Casablanca.’
2. ‘Mijn ziel, mijn liefde, o Casablanca.’ Een verwijzing naar Rouhi ya Wahrane, Khaleds beroemde rai-lied.