Benjamin Vandewalle over Walking the Line

Benjamin Vandewalle in gesprek met Marnix Rummens

 

WAT IS WALKING THE LINE?
Walking the Line is een gechoreografeerde wandeling doorheen de stad. Elke deelnemer krijgt een zwart kijkdoosje mee dat je opzet als een masker dat je blik kadert. Dan gaan we hand in hand in kleine groepen op stap, maar in plaats van recht voor je te kijken lopen we zijwaarts, waardoor je je omgeving waarneemt als in een soort live travel shot. Door een aantal eenvoudige instructies maak je zelf een montage van de tocht die je aflegt. Zoals vaak in mijn werk voor de openbare ruimte is ook Walking the Line een uitnodiging om met de uitgepuurde blik van het theater naar de dagelijkse realiteit te kijken. Met Birdwatching 4x4 lieten we nog een theatertribune door de stad rijden. Walking the Line is daar een heel pure en meer belichaamde uitwerking van. Door een heel eenvoudige ingreep creëer je een mindset die de wereld als kunstwerk beschouwt. Een beetje zoals Manzoni's Socle du Monde, die door een simpele stenen sokkel om te draaien de hele wereld tot kunstwerk verklaarde.

WAT IS HET VERSCHIL MET ONS DAGELIJKSE KIJKEN?
Kunst en theater boeien me vooral omwille van de toestand van concentratie die ze weten op te roepen. Als publiek kom je in een soort meditatieve toestand terecht waarin je andere hersendelen activeert, nieuwe associaties legt, andere benaderingen verkent. In Walking the Line neem je tijd om anders te kijken naar het dagelijks leven, geef je aandacht aan zaken die anders slechts vluchtig aan je voorbijgaan. Dat vind ik echt een bijzondere kwaliteit vandaag. Daarbovenop doen we dat in groep. Door een hand te geven aan elkaar verenigen we ons als één groot lichaam, waar ook een deel van je individualiteit in opgaat. Je kan rond je kijken als uit een vreemd lichaam. En doordat je je laat leiden hoef je een heel pak sociale en praktische beslissingen die je tijdens het wandelen neemt nu niet te nemen, wat ook weer een andere ervaring teweeg brengt. Door fysiek anders in de ruimte te zijn wordt de realiteit ook anders. Zoals in The Matrix met dat lepeltje: It's not the spoon that bends, it's only yourself.

TEGELIJK CREEERT DAT KADER OOK EEN ZEKERE AFSTAND?
Het is een paradox: je bent heel aanwezig in het straatbeeld en in de realiteit. Tegelijk beleef je dat met een hele grote afstand, alsof je naar een film kijkt waar je zelf in speelt. Door die twee perspectieven tegelijk te activeren kan je echt iets teweeg brengen. Vaak zitten we in dagelijkse situaties een beetje vast of in heftige emoties, of net in teveel overschouwen. Tijdens Walking the Line worden die beide facetten van je ervaring losgeweekt. Het gaat om dat contrast. Ook in de plekken die we bezoeken. Per tocht zoeken we een hele diverse reeks locaties -zowel binnen als buiten- gaande van een grafitti-muur, middeleeuwse gevels, een volkscafé, een galerij met Thaise manicures, een bouwwerf, … Als je daar voorbij loopt zonder de maskers stroomt alles over in elkaar, maar door die framing zie je de onderdelen binnen het geheel. Je wordt je bewust van de ongelofelijke diversiteit, van wat er allemaal naast elkaar leeft, als micro-universa, hoeveel soorten van leven en zijn, hoe meervoudig die werkelijkheid is. Net dat genereert een sterke reflectie. Alsof je voor de eerste keer iets meemaakt: een levenservaring die buiten vooraf bepaalde gewoontes, verlangens en concepten valt.

WAT IS HET BELANG VAN ZO'N ERVARINGEN?
We moeten nu en dan uit onze dagelijkse gewoontes stappen om niet in slaap te vallen, om te kunnen blijven groeien. Om praktische redenen reduceren we onze blik tot een vast systeem van patroonherkenning. Maar vaak vergeten we dat dat een ontzettende reductie is van de effectieve veelvuldigheid van de werkelijkheid. Die staat ook niet stil en willen we kunnen blijven inspelen op die werkelijkheid, mogen we er de voeling niet mee verliezen. Want in andere situaties gaan we andere mogelijkheden nodig hebben. Dat is de paradox van Walking the Line: net door een vernauwend kader op te zetten en mensen in ketting te leggen, treedt er toch een verruimende ervaring op. Veel mensen worden heel rustig van de voorstelling, en zijn verbaasd van de vele details die ze opmerken. Naar het einde toe koppelen we de mensen terug los, nemen we het masker terug en vragen we de mensen individueel te gaan wandelen, met de indrukken van de voorstelling mee. Dat is voor veel mensen het hoogtepunt van de voorstelling.

JE OEFENT EEN NIEUWE MANIER VAN WAARNEMEN
Ja, dat vind ik het mooie. De ingreep is zo banaal simpel, je zet een kijkdoosje op en houdt elkaars handen vast. Maar de impact kan echt diepzinnig zijn. Je komt in een ander tempo terecht, in een ander lichaam. Je wordt deel van iets groters: zowel fysiek door het groepslichaam als visueel door die verruiming van perspectief. Walking the Line is zowel een visuele als een tactiele ervaringsoefening. En ook voor bijstanders roept de voorstelling vragen op. Soms hebben mensen moeite om te begrijpen wat er aan de hand is. Ze denken aan VR-brillen, maar zien snel dat de dozen leeg zijn. Dan denken ze aan een studentenactiviteit, een sekte of een protestmars. Heel weinig mensen associeren de wandelaars met een performance. Wanneer mensen blijven stilstaan om te kijken ontstaat er een grappig bijverschijnsel: want wie performt dan voor wie? Er ontstaat een soort live wisselwerking in het kijken naar elkaar. Iedereen komt in een dubbele rol van toeschouwer en performer terecht, actor en waarnemer, waar je zowel actief en passief bent, betrokken en onthouden.

IS DAT EEN RODE DRAAD IN JE ONDERZOEK ALS STADSCHOREOGRAAF?
Het onderzoek van Stadschoreograaf vertrekt van de vraag hoe we anders kunnen kijken naar onze gedeelde publieke ruimte. Die actieve blik speelt daar een heel belangrijke rol, ja. Met heel eenvoudige materialen bouw ik verschillende kijkdozen om naar de stedelijke werkelijkheid te kijken, zoals Peri-sphere -een mobile monumentale periscoop- of Inter-View, een kijkdoos waar je je medemens recht in de ogen kijkt. Belangrijk is dat het creatieproces op straat plaatsvindt, waardoor er veel meer directe uitwisseling en feedback ontstaat. Op straat ben je ook vrijer van de codes en referentiekaders van de klassieke theaters. Je wordt blootgesteld aan echt uiteenlopende reacties van verheerlijking tot haat of apathie. Maar dat plaatst je met je voeten stevig op de grond. Het gaat mij echt om nieuwe manieren van kijken creëren. In het theater creëeren we wel nieuwe werelden, maar die staan vaak los van de werkelijkheid. Ook praktisch biedt creatie in publieke ruimte veel voordelen: de ruimte is altijd beschikbaar, waardoor je veel onafhankelijken en flexibeler kan werken. Dat maakt touren ook veel makkelijker.

ZET ELKE STAD EEN EIGEN TOON IN WALKING THE LINE?
Walking the Line heb ik in alle hoeken van de wereld kunnen ontwikkelen: Van Brussel tot Johannesburg, van Oostende tot Buenos Aires. De voorstelling is uiteraard verschillend per stad, maar wat me het meest verbaasde waren de gelijkenissen. In elke grootstad loop je tegen diezelfde ongelofelijke diversiteit aan van mensen, gebouwen, omgevingen, bewegingen, … Wel zijn de publieken en hun associaties sterk verschillend per land. In Zuid-Amerika spelen religieuze connotaties veel sterker bijvoorbeeld. En je merkt ook nuances in de theatercodes. De klassieke Westerse theaterganger kan makkelijker om met dat masker, en is bijvoorbeeld ook gewoon om tijdens een voorstelling te zwijgen. Daarom improviseren we haast nooit. Hoe strakker en duidelijker, hoe meer je het publiek meekrijgt. Die paradox vind ik zo fascinerend: die vrijheid in restrictie, die verbondenheid in anonimiteit. Hoe hard we van onze eigen werkelijkheidsbeleving ook geloven dat dat dé werkelijkheid is, het is belangrijk om soms te leren opgaan in een ander perspectief. Om terug aansluiting te vinden bij de werkelijkheid die ons dagelijks bewustzijn overstijgt. Belichaamd en van binnenuit.

Kijk verder

Benjamin Vandewalle

Walking the Line

dans

Walking the Line
Walking the Line

productie

vr 06.10 - za 25.11.17

Voor zijn nieuwste performance neemt Benjamin Vandewalle je opnieuw mee de stad in. Hij neemt het voortouw bij een reeks doelbewuste acties: soms banaal, dan weer onconventioneel. Je vertrekt als een groep individuen en transformeert gaandeweg tot één collectief lichaam.